donderdag 29 maart 2012

Mol brengt het verlossende bericht

Mol ging ook maar naar huis. Hij besloot om de volgende dag naar de andere kant van het bos te gaan. Hier had niemand iets aan hem. Zelfs Muis waardeerde zijn actie niet. Na een dag graven tussen de wortels door, was Mol nog niet aan de andere kant. Zou Muis hem al missen? Mol dacht van niet. Hij groef nog een dag en nog één en toen kwam hij aan de andere kant van het bos. Daar liep een zandpad en aan de overkant van het pad was een grote plas water en daarachter was nog meer bos. Op het zandpad stonden twee mannen. Ze keken door een kijker op een paal naar een andere paal. Wat zouden ze doen? Was het een spelletje? Of deden mensen dat niet? Ze zagen er uit als de werkmannen die Mol eerder had gezien. Mol besloot snel terug te gaan en Uil te waarschuwen. Misschien was hij dit keer wel de eerste. Geen enkel dier uit zijn bos kwam ooit zover. Twee dagen deed Mol erover om terug te keren. Uil wist nog van niks en bedankte Mol voor de informatie. Mol ging het snel aan Muis vertellen, die hem nog niet gemist had. Wel was Muis verbaasd dat Mol zo ver weg was geweest. Waarom? ‘Ik was gewoon nieuwsgierig’, was het antwoord van Mol.

Uil was al snel terug van zijn vlucht over het bos en riep alle dieren bij elkaar. ‘Het lijkt erop’, zei hij, ‘dat er aan de andere kant van het bos een weg komt op de plek waar nu het zandpad ligt. Dat betekent zeer waarschijnlijk dat de weg door het bos niet doorgaat!’ Alle dieren juichten. Uil maande ze tot stilte en ging verder: ‘Ik zei ‘zeer waarschijnlijk’, want we weten het nog niet zeker. Daar moeten we nog achter zien te komen. Wel wil ik alvast Mol bedanken voor deze nuttige informatie.’ Er klonk een luid applaus voor Mol. Mol kon zich niet voorstellen dat hij dat applaus echt verdiend had. Straks zou vast blijken dat er alleen maar een bankje neergezet zou worden en de weg alsnog midden door het bos kwam.

Nadat Uil de bijeenkomst afgesloten had ging Mol snel naar koe Berta. Mol zag nog net Boer Berkmans weggaan. Hij had blijkbaar het paaltje rechtgezet, want de draad stond weer flink gespannen. Betekende dat, dat zijn acties voorbij waren? Koe Berta kwam al aangehold. Hopelijk wist zij Mol te vertellen wat er gebeurd was. Het bleek dat Boer Berkmans inderdaad gestopt was met zijn acties. Het plan van Boer Berkmans en Minister-president De Wolf was aangenomen. Er was besloten dat er geen weg door het bos mocht komen. Om de mensen toch een kortere route van Voorwoudervaart naar de nieuwe fabriek in Nawoudervaart te geven, werd een snelfietspad aangelegd; een breed fietspad met vier rijbanen zodat snelle en langzame fietsers elkaar gemakkelijk konden passeren. Het fietspad zou komen op de plek waar nu al een zandpad lag. Daar kwamen dus nu al veel mensen, zodat de dieren daar al aan gewend waren. Bovendien vond minister-president De Wolf de afstand van vijf kilometer tussen de dorpen een heel geschikte afstand om mensen op de fiets naar toe te laten gaan. Voor degenen die niet konden fietsen zou er af en toe een elektrische bus rijden. Die maakte geen lawaai, zodat de dieren er niet van schrokken. De buschauffeur werd getraind om voor overstekende dieren te stoppen en er kwamen tunnels en een ecoduct waardoor en -over de dieren zonder problemen naar de overkant konden. En automobilisten? Die waren er niet, iedereen ging lekker met de fiets, de bus of werkte thuis.

EINDE 

vrijdag 17 februari 2012

Boer Berkmans vergeet zijn koeien

De lente kwam en in het zand tussen de achtergebleven kiezels door ontsproten kleine kruidjes, struikjes en boompjes. De dieren liepen er zorgvuldig tussendoor om ze goed te kunnen laten groeien. Mol ging voor het eerst sinds de bezetting en bevrijding van het bos weer eens naar koe Berta. De route die hij de laatste keer zo snel had afgelegd, herinnerde hem aan zijn mislukte actie. Hij was wéér te laat geweest. Mol probeerde deze vervelende gedachte van zich af te zetten. Hij ging naar koe Berta, omdat hij nieuwsgierig was hoe het met haar was. Koe Berta stond nog steeds in dezelfde wei. Boer Berkmans was vergeten dat ze dit voorjaar in de andere wei moesten. Hij was zelfs vergeten om zijn koeien deze winter op stal te zetten. Hij had het te druk met zijn nieuwe plannen. Samen met de Minister-president had hij bedacht hoe de weg kon worden vermeden.

Gelukkig konden de koeien zelf de stal inlopen. Die stond altijd open. Dat was lekker als het regende of sneeuwde of als het ineens heel koud was, maar eten was daar niet en het gras buiten was niet lekker meer hier: hard, kort en vol distels. Koe Berta voelde zich moe en ongelukkig en maakte zich ook ongerust. Boer Berkmans kon het wel druk hebben met zijn actiegroep, maar als hij zijn koeien niet goed onderhield zou de burgemeester dat aankaarten en de actiegroep een slechte naam geven. Koe Berta richtte haar kop op om een blik te werpen op het bos. Terwijl ze dat deed flitste er iets donkers en bekends door haar blikveld. Daar was Mol! Dat was een tijd geleden! Koe Berta zetten een drafje in. ‘Mol, hoe is het met je?’ ‘Goed hoor.’ Als koe Berta maar niet ging vragen hoe het was gegaan met de politie en de bezetting. ‘Het zand begint al een beetje vol te groeien met kleine plantjes. Misschien komen de mannen wel niet meer terug?’ ‘Jawel’, zei koe Berta, ‘ze komen wel terug. Maar hoe was de bezetting afgelopen? Zijn jullie nog in actie gekomen?’ vroeg koe Berta nieuwsgierig. ‘Jawel;’, antwoordde Mol zwakjes. Hij vertelde hoe de activisten werden afgevoerd en dat toen de dieren deden wat koe Berta had gezegd. Hij vertelden niet dat hij er geen deel van uit had gemaakt, dat hij zelfs gewoon te laat was geweest. Koe Berta had het wel door, maar vroeg niet verder. Misschien later. ‘Dapper zeg!’ was het enige dat ze zei. En toen: ‘Mol, misschien kun jij me helpen.’ Mol keek verbaasd op. Hij helpen? Hoe moest hij dat doen, zonder ogen, zonder kracht, zonder snelheid? Maar hij zou het graag doen. Hij was al vereerd dat koe Berta dacht dat hij dat kon. Dat kwam natuurlijk doordat er geen andere dieren waren die haar konden helpen. Behalve haar soortgenoten. ‘Ik weet niet hoor of ik je kan helpen.’ Begon Mol. ‘Wat zou ik moeten doen?’ ‘Jawel’, zei koe Berta, ‘ik weet zeker dat je kan helpen!’ ‘De boer is vergeten ons in de andere wei te zetten. We moeten naar de wei hiernaast, maar we kunnen niet door het hek zonder het weer kapot te maken. Als jij nu een paaltje losgraaft, zodat het omvalt. Dan stappen wij eroverheen. Daarna duw ik het paaltje weer recht en graaf jij er zand omheen, zodat hij weer rechtop staat.’ ‘Mm’, zei Mol, ‘ik weet niet of ik dat kan. Losgraven misschien wel, maar vastgraven denk ik niet.’  ‘Dat is niet zo heel erg, Mol. Zullen we het gewoon eens gaan proberen. We kunnen altijd nog familie Konijn vragen als het niet lukt.’ Dat laatste vond Mol geen fijn idee, want dan was het wéér iemand anders die het goede werk gedaan had. Mol wilde zelf de held zijn.

Koe Berta stapte naar het paaltje toe dat ze eruit wilde hebben. Ze duwde er eens tegen met haar flanken. Het paaltje gaf lichtjes mee. Mol kroop zich een weg naar het paaltje en begon te graven. ‘Mollige puppies’ wat zat zo’n paal diep. Mol kon de onderkant niet vinden en kroop weer naar boven. ‘Berta, er zit geen onderkant aan.’ ‘Jawel!’ zei koe Berta, ‘de boer heeft hem erin geslagen. Ze duwde nogmaals met haar flank tegen de paal. Hij bewoog al veel meer dan daarvoor. Toch zag Mol het niet zitten. Hij was moe en wist nu al dat het toch zou mislukken. Wanneer was er nou iets gelukt wat hij deed? In de verte zag Mol een wit-bruine waas dichterbij komen. O nee, daar kwamen de andere koeien aan. Snel dook Mol de grond in, op zoek naar de onderkant van het paaltje. Het duurde niet lang of hij vond het. Hij was er al bijna geweest toen hij daarstraks naar boven ging. Waarvoor was hij nu weer zo zwak geweest? Waarom had hij niet even doorgegraven? Mol stopte. Nu hij het einde had gevonden moest hij de hele grond rondom de paal losgraven. Mol begon richting de andere kant van de paal te graven, toen de paal bewoog. Bijna kwam Mol klem te zitten tussen de paal en de aarde. Een goede reden om naar boven te gaan en die domme koeien eens te vertellen dat ze dat niet moesten doen. Mol kroop omhoog en vlakbij hem ging de paal steeds schuiner staan. Op het moment dat Mol zijn kop boven de grond stak, zag hij hoe de koeien massaal over de nu laaghangende draad sprongen. Aan de overkant maakten ze een huppel en zochten het lekkerste gras uit om op te eten. Geen bedankje aan Mol, niks, hij kon ze zelfs niet vertellen dat hij bijna klem had gezeten. Domme koeien. Koe Berta luisterde wel, maar dat hielp niet zoveel. ‘Ik weet zeker dat ze je heel dankbaar zijn’, zei koe Beta. ‘Kijk maar hoe blij ze zijn.’

‘Jawel, maar…’, begon Mol. ‘Maar wat?’ ‘Nou, ik wil ook wel eens complimentjes’, klaagde Mol. ‘O, nou van mij krijg je alle complimentjes van de wereld!’ Maar koe Betrta wist dat dat niet genoeg was. ‘Als jij nou eens naar het bos gaat en de andere dieren vertelt over wat je hier gedaan hebt voor de koeien. Dan weet ik zeker dat je je verdiende complimenten krijgt.’ Mol keek koe Berta aan. ‘Zou het?’ ‘Doe maar!’, moedigde koe Berta aan. Mol zei gedag en zakte zijn hol in. Wat viel er nou eigenlijk te vertellen aan de dieren? Dat hij na lang aandringen van koe Berta een beetje bij een paaltje had gegraven? Dat stelde toch niets voor, voor iemand die altijd groef? Koe Berta had het paaltje omgeduwd. Mol was, heel dom, nog bijna klem komen te zitten. Toch moest hij misschien eens proberen wat koe Berta zei. Mol besloot om meteen naar Muis te gaan. Die zou wel niet thuis zijn, maar dan had hij dat in ieder geval geprobeerd.

Wonder boven wonder was Muis wel thuis. Hij wilde net een dutje gaan doen toen Mol binnenkwam. En omdat Mol nooit zomaar langskwam was Muis wel nieuwsgierig wat Mol te vertellen had. Mol vertelde dat hij koe Berta had geholpen om een paaltje omver te krijgen, zodat de koeien naar een andere wei konden, omdat de boer ze vergeten was met al zijn activiteiten tegen de weg. De boer was daar dus nog steeds mee bezig concludeerde Muis. Hij bedankte Mol voor de informatie maar wilde nu toch eerst een dutje doen. Het waren vermoeiende dagen geweest die laatste dagen. Hij had zoveel meegemaakt. Maar geen complimentje gekregen...

donderdag 2 februari 2012

Nog steeds in onzekerheid

Nadat de burgemeester was vertrokken stapten ook de andere mannen op. Eerst de politie met hun buit, daarna de vrachtwagens en als laatste de journalisten, maar niet zonder de groep dieren nog eens in beeld te hebben gebracht. Zodra de laatste wagen uit het zicht verdween, zeeg Uil naar beneden en slaakten de dieren een zucht van verlichting. Ze waren niet opgepakt, niet doodgereden en de mensen waren weg. Toch konden ze niet juichen. Ze wisten niet wat er nu zou gebeuren.‘ Hé Mol’, kwam Muis op Mol af, die nog steeds van een afstandje vanuit zijn hol stond te turen. ‘Hé Mol, waar was je nou?’ Maar Mol had geen zin om Muis uit te leggen dat hij te laat was gekomen. Hij haalde zijn schouders op en verdween onder de grond.

In de weken die volgden werd er onderzoek gedaan en rechtgesproken. Burgemeester Bulleberg had niet iedereen in de zaak kunnen betrekken, die hij wilde. Eigenlijk was er maar één miezerig onderzoekertje die hij had kunnen inbrengen. De andere onderzoekers waren dezelfden als altijd of hun vriendjes. Zij die altijd de opdrachten voor de minister-president uitvoerden. Burgemeester Bulleberg belde ze bijna elke dag om te vragen hoe de zaken ervoor stonden, maar vooral om uit te leggen hoe belangrijk deze weg was voor de landelijke economie.

donderdag 26 januari 2012

Boer Berkmans zet zich in

vervolg van de eerdere mol-blogs..
Nog diezelfde middag ging Boer Berkmans aan de slag. Hij belde de radio en de televisie, richtte de ‘Stichting tot behoud van het Nawoudervaarter bos’ op en liet zijn koeien weer de wei in. En hoewel Burgemeester Bulleberg eigenlijk van plan was om de wagens de volgende dag weer te sturen, kon hij er nu niet onderuit om eerst met de radio, de televisie en de voorzitter van de ‘Stichting tot behoud van het Nawoudervaarter bos’, Boer Berkmans te praten. Voorlopig kon er niet gewerkt worden, dat werd de Burgemeester al snel duidelijk. Eerst moest hij ervoor zorgen dat de tegenstanders die nu opstonden, het belang van de weg inzagen. Hij vond Boer Berkmans en al die anderen, vreselijk vervelend, maar hij moest en zou die weg krijgen. Dat zou tijd kosten en geld, maar dat had hij ervoor over.

Na zijn eerste interview bij de plaatselijke radio wist Burgemeester Bulleberg wat hij moest doen. Praten zou te lang duren. Daarom zou hij de mannen weer aan het werk zetten en zodra er activisten kwamen die het werk wilden tegenhouden, zou hij de politie sturen en als dat niet genoeg was zou hij naar de rechter stappen. En zo gebeurde het ook. De Burgemeester kondigde overal aan dat hij over twee weken de werkzaamheden aan de weg zou hervatten. Dat zou op 25 februari zijn. Boer Berkmans en zijn Stichting besloten om de dag ervoor te gaan bivakkeren in het bos. Ze namen dekens mee, warme kleding en hangmatten om in te slapen. Die konden ze tussen de bomen hangen. Enkele mensen van de krant gingen mee om erover te kunnen schrijven.

Mol en Muis en de andere dieren keken van een afstandje toe. Ze wisten wel dat Boer Berkmans vóór het bos was. Maar al die stinkende mensen in hun bos, met al die spullen erbij, dat vonden de dieren toch niet zo prettig. Ze wisten ook niet waarvoor de mensen dat deden. Totdat de volgende dag de vrachtwagens kwamen. De mensen uit het bos, gingen ervoor staan! Daar waar de vrachtwagens het bos in zouden komen rijden, stonden nu tientallen mensen. Muis piepte: ‘Dadelijk worden ze overreden!’ Mol kon niet goed zien wat er gebeurde, maar hij hield zijn adem in. Uil wist te vertellen dat de vrachtwagens zouden stoppen en de politie alle mensen weg zou halen. En dan? Zouden de werkmannen dan toch aan het werk gaan? Uil wist het niet. Mol besloot het aan koe Berta te vragen. Hij glipte de grond in en kroop zo snel als hij kon naar koe Berta. Deze weg had hij de laatste tijd zo vaak gekropen, dat hij hem op zijn duimpje kende.

Koe Berta had de vrachtwagens gezien en de mensen en wist ook dat er iets zou gebeuren. Ze wist alleen niet wat de dieren gingen doen. Ze stond daarover na te denken toen ze Mol omhoog zag springen, als een vis uit het water. Ze renden over het gras naar elkaar toe. Mol wilde, tussen het hijgen door, alles aan koe Berta uitleggen. Maar koe Berta viel hem in de reden. ‘Als de politie de mensen weghaalt, moeten jullie ervoor gaan staan! Hoe eng dat ook is! Grote dieren voorop! Ga snel terug. Kijk, daar komt de politie!’ Inderdaad kwamen de busjes vol politieagenten voorbij rijden. En ook busjes van de televisie, maar dat zag Mol niet. Nog amper bijgekomen van zijn sprint naar koe Berta, rende Mol terug naar zijn hol en dook erin. Als een haas schoot hij door zijn gangen. Per ongeluk nam hij de afslag naar Muis en moest een stukje achteruit voordat hij verder kon. Toen hij bovenkwam, zag hij hoe de mensen werden opgepakt en in de busjes gestopt werden. Een eindje verderop, nog uit het zicht van de mensen stond een groepje dieren bij elkaar. Mol was te laat om nog te kunnen aansluiten. Langzaam bewogen de dieren zich in de richting van de vrachtwagens. Terwijl de laatste actievoerder in een busje werd geduwd, zweefde Uil vlak over de vrachtwagens en de busjes. Alle mannen keken vol bewondering en respect naar het rustgevende glijden van Uil. Het raakte ze. Intussen schoven de dieren dichterbij. Ze werden pas opgemerkt toen ze al midden op de opgebroken weg stonden. ‘Wat krijgen we nou dan?!’ stootte een van de mannen verbaasd uit. Een journalist van de televisie rende naar Burgemeester Bulleberg, die achter de politiewagen aan was meegereden. ‘Burgemeester, hoe gaat u deze dieren wegkrijgen?’ Die kunt u toch niet zomaar in een busje stoppen?’ Het liefst had de Burgemeester nu een geweer gehad en alle dieren afgeschoten. Maar hij was burgemeester, dus dat kon niet. En hij had zijn geweer niet bij zich. ‘Ik zal met de directeur van de Nationale Dierentuin bellen om hem te vragen wat de beste aanpak is.’, was zijn antwoord. Burgemeester Bulleberg draaide zich om, stapte in zijn limousine en pakte zijn telefoon. Maar in plaats van de directeur van de dierentuin te bellen, nam hij de oproep van de minister-president aan. Deze belde hem precies op het goede moment. ‘Meneer Bulleberg, voordat u verder actie onderneemt, verplicht ik u deze zaak aan de rechter voor te leggen. U kunt niet zomaar onschuldig dieren aanpakken.’ ‘Maar mijnheer De Wolf’, begon de burgemeester, want zo heette de minister-president. ‘Bovendien’, ging De Wolf onverschrokken verder, ‘als de dieren zelf in opstand komen, lijkt me dat een teken dat u misschien te ver bent gegaan. Ik wil eerst nader onderzoek en een uitspraak van de rechter.’ Klik. Nog even zat de burgemeester overrompeld voor zich uit te staren in zijn limousine. Gelukkig had deze geblindeerde ramen, zodat niemand zijn verslagen uitdrukking kon zien. Hij schraapte zijn ego weer bij elkaar, deed ferm de deur open een keek in de camera, die voor zijn gezicht werd gehouden. ‘Beste mensen, ik heb zojuist een gesprek gehad met de minister-president. Samen hebben wij besloten dat het nu het verstandigst is om dit vreemde diergedrag nader te laten onderzoeken en de rechter te laten beslissen in hoeverre de snelle verbinding tussen Voorwoudervaast en Nawoudervaart doorgang kan vinden.’ ‘Waarom heeft u niet met de directeur van de Nationale Dierentuin gesproken?’, vroeg de journalist nog. Maar Burgemeester Bulleberg was al ingestapt en gaf zijn chauffeur opdracht om naar zijn huis te rijden. Daar zou hij eens rustig uitzoeken hoe en door wie het onderzoek gedaan moest worden en of zijn oud-klasgenoot misschien de aangewezen rechter kon worden. Als hij alles zelf regelde, liet hij daarmee zien van goede wil te zijn en kon hij intussen zelf bepalen wie er zich met de zaak bezighielden. Hij had wel wat namen in zijn hoofd, waarvan hij zeker wist dat die gevoelig zouden zijn voor wat complimentjes van de burgemeester. Zelfs al waren ze eigenlijk tegen de weg.
wordt vervolgd

donderdag 12 januari 2012

Koeien in actie

(vervolg op de eerdere blogs)
Koe Berta draaide zich om en scheurde een hap uit het gras. Ze was nauwelijks aan het kauwen of ze hoorde een bekend geluid. Een zwaar geluid, het geluid van vrachtwagens en machines. Geschrokken keek ze achterom. Nu al? Ja, nu al. Daar kwamen ze. Eerder dan koe Berta had gedacht, wel voor de winter, maar ook voordat koe Berta haar plan had kunnen en willen uitleggen aan de andere koeien. Koe Berta draaide haar hoofd naar Greta. Greta keek haar vragend aan. Koe Berta rende naar haar toe. ‘Kom, we moeten er achteraan! We moeten ze tegenhouden!’ Alle koeien stonden inmiddels verbaasd naar haar te kijken. Het hing nu van Greta af of ze zouden volgen of niet. Greta zag het, ze zag de onnozele blikken en wist wat ze moest doen. Ze rende samen met koe Berta naar het prikkeldraad, intussen roepend: ‘Kom mee! Kom mee!’. De andere koeien volgden twijfelend. Koe Berta schopte met al haar kracht een paal omver, zodat de koeien over het prikkeldraad konden springen. Daar gingen ze. Nu de actie was ingezet en er geen belemmerende draad meer was, volgden alle koeien vol overtuiging koe Berta en Greta naar het bos.

Terwijl de wagens naderden en de koeien uitbraken, zaten Mol en Muis in de ingang van Mol’s hoop te praten over het zand en de goede afloop. Totdat Mol de grond voelde trillen en Muis het zware gebrom hoorde. Eén blik naar elkaar was voldoende om te weten wat de ander wist: de mensen komen, met hun monsters en hun gemene plannen. Mol en Muis haastten zich naar de open plek. Daar stonden al meer dieren, ongeduldig te trappelen en te praten en intussen steeds omkijkend naar de boom van Uil. Maar Uil was er niet. Nog niet. Uil vloog over het bos, de weg en de wei. Hij had gezien hoe de koeien uitbraken en wist toen wat de dieren van het bos moesten doen. Uil zweefde naar de open plek. Hij nam niet de tijd om in zijn boom te gaan zitten, maar riep de dieren al zwevend op om naar het zand te gaan. De grootste dieren moesten voorop gaan staan, de kleinsten op de berg of achteraan. Nog voordat Uil was uitgepraat renden de dieren naar het zand. Ze vergaten hun angst voor mensen of monsters. Het ging om het bos of de weg. Om leven of dood.

Daar kwamen de eerste vrachtwagens de bocht om, het bos in. Langzaam reed de voorste wagen naar waar het zand begon. Daar stopte hij. De mensen bleven in de wagen zitten. Ze keken naar de dieren voor zich en naar de koeien, die al loeiend langs de wagens naar de dieren liepen. Ook de andere dieren begonnen te roepen. ‘Weg met de weg!’ Dat konden de mensen niet verstaan, maar ze begrepen wel dat hier iets vreemds aan de hand was. De dieren zagen hoe de mensen in de wagens met elkaar praatten. Eén van hen praatte in een apparaatje. Zo stonden de dieren en de wagens wel een uur tegenover elkaar. De dieren waren moe geworden van het roepen en stonden nu geduldig, maar strijdlustig te wachten op wat er gebeuren zou. Uil zei dat ze niets mochten doen voordat de mensen iets deden, want als mensen boos werden konden ze dodelijk zijn.

Daar hoorden ze iets: een auto. Het was een politieauto. Deze ging naast de voorste vrachtwagen staan; de mannen in beide wagens openden hun raampjes en zeiden iets tegen elkaar. In de politiewagen zat ook iemand die géén politieagent was. Het was Boer Berkmans, de boer van koe Berta, Greta en de andere koeien. Hij stapte uit en alle koeien liepen naar hem toe. Ze hoopten maar dat hij hun kwam helpen. Een goede boer, en dat was Boer Berkmans, weet wat er in zijn dieren omgaat. Boer Berkmans wist zelfs welke van zijn koeien hier achterzat. Hij gaf koe Berta een paar bemoedigende klopjes op haarflanken. ‘Ik zal met ze praten.’, zei hij. ‘Ik kan niks beloven, maar jullie hebben al goed werk gedaan met deze actie.’ Koe Berta loeide het nieuws door en alle dieren juichten in stilte. En hoewel Boer Berkmans een echte boer was, en echte boeren huilen niet, moest hij toch een traantje wegslikken. Hij besloot alles op alles te zetten om ervoor te zorgen dat de weg er niet kwam.

Boer Berkmans liep terug naar de politiewagen en legde uit dat de koeien en de dieren van slag waren geraakt van het lawaai van de vrachtwagens en de machines en van de onrust in het bos. Hij maakte duidelijk dat de dieren voorlopig rust nodig hadden en dat hij met de burgemeester wilde praten over de voortgang van de weg. Maar zo gemakkelijk ging dat niet. Boer Berkmans werd gesommeerd zijn koeien naar de stal te brengen en de rest aan de politie over te laten. Met hangend hoofd liep Boer Berkmans naar zijn koeien. ‘Ik moet jullie meenemen, maar luister maar niet. Ga te keer, zoals je nog niet eerder deed.’ Boer Berkmans deed alsof hij de koeien wilde laten volgen. De koeien liepen allemaal richting de wagens en loeiden naar de mensen die erin zaten. Daarna renden ze door het zand en verdwenen tussen de bomen. Ook de andere dieren begonnen door elkaar te rennen. Sommigen renden zelfs tussen de wagens door, waarbij ze niet op een krasje meer of minder letten.

Boer Berkmans liep boos naar de politiewagen. ‘Kijk nou wat er gebeurt. Zo raak ik al mijn koeien kwijt! Die wagens moeten weg en ik wil nu dat de burgemeester komt! Laat hem maar zien wat hier gebeurt!’ De politieagenten hadden stiekem al met de burgemeester gebeld en die kwam net in zijn pasgewassen limousine de bocht om. Nog voordat de chauffeur van burgemeester Bulleberg de wagen had gestopt had Boer Berkmans de deur al opengedaan. ‘Kijk nou toch burgemeester, al mijn koeien zijn verdwenen. Ze zijn helemaal van slag door de aanleg van de weg. Ze geven al weken slecht melk. Zo ga ik heel veel inkomen missen. En u weet dat de gemeente me dan moet uitbetalen. En moet u kijken naar de dieren. Ook die redden het niet deze winter als er zoveel onrust is. U zal de dierenbescherming op uw dak krijgen!’ En zo ging Boer Berkmans nog even door. Tot Burgemeester Bulleberg zijn hand ophief en hem tot rust maande. ‘Zo kunnen we inderdaad niet werken,’ probeerde hij boer Berkmans te paaien. ‘Ik zal de mannen verzoeken terug te keren, zodat u uw koeien naar de stal kunt brengen. Ik verzoek u ze daar voorlopig te houden, zodat ze niet meer kunnen uitbreken en wij hier snel aan de slag kunnen.’ Dat was alles. Boer Berkmans was daar helemaal niet tevreden mee, maar hij begreep dat het geen zin had om nu verder te praten. De wagens vertrokken, boer Berkmans lokte zijn koeien mee naar de stal en de dieren uit het bos zochten hun heil weer tussen de bomen.
wordt vervolgd